Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AX8795

Datum uitspraak2006-05-15
Datum gepubliceerd2006-06-20
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/2236 NABW e.a.
Statusgepubliceerd


Indicatie

Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd heeft met name betrekking op de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak en door het bestuursorgaan in de bestreden besluiten gebezigde formuleringen.


Uitspraak

05/2236 NABW 05/2238 NABW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 6 april 2005, 04/1953 en 04/1954 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle (hierna: College) Datum uitspraak: 15 mei 2006 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2006. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door J.P. Nuyten, werkzaam bij de gemeente Goirle. II. OVERWEGINGEN Appellant ontvangt een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (hierna: Abw), thans de Wet werk en bijstand (hierna: WWB). Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met een bepaling over het griffierecht, - het beroep van appellant tegen het bestreden besluit I van 1 september 2004 (lees: 31 augustus 2004), waarbij aan appellant ontheffing is verleend van de arbeidsverplichtingen van artikel 113 van de Abw respectievelijk artikel 9 van de WWB, niet-ontvankelijk verklaard; - het beroep van appellant tegen het bestreden besluit II van 1 september 2004 (lees: 31 augustus 2004) gegrond verklaard; - het bestreden besluit II vernietigd voor zover dit betrekking heeft op het verlenen van toestemming voor verblijf in het buitenland met behoud van uitkering en het College opgedragen in zoverre een nieuw besluit op het bezwaar van appellant te nemen; - het bestreden besluit II in stand gelaten, voor zover daarbij het bezwaar van appellant tegen de weigering van bijzondere bijstand in verband met de kosten van een reis naar Spanje ongegrond is verklaard. Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het College bij besluit van 26 april 2005 aan appellant toestemming verleend om - kort samengevat - met behoud van uitkering gedurende dertien weken per kalenderjaar in het buitenland te verblijven. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd heeft met name betrekking op de door de rechtbank in de aangevallen uitspraak en door het College in de bestreden besluiten I en II gebezigde formuleringen. De Raad heeft hierin geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen onjuist te achten. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2006. (get.) T.G.M. Simons. (get.) A.H. Polderman-Eelderink.